donderdag 14 november 2013

 
 

Vroeger werd er op het platteland nog geslacht door de boeren. Tegenwoordig gebeurt dat veel minder, en ook niet meer zo seizoensgebonden als vroeger. Toen moest men een wintervoorraad hebben. Nu het weer slachtmaand is, daarom een verhaal over het slachten, dan doe ik dit alleen om het verschil van betekenis te doen uitkomen tussen het slachten van nu en dat van een 70 jaar geleden. Er wordt tegenwoordig niet meer aan huis geslacht zoals vroeger en de huisslachting staat niet meer in aanzien en geniet niet meer die waardering zoals in de tijd toen boer en arbeider vrijwel alleen vlees alleen kenden van het eigen slachtvarken, en vet spek bij boterham en middageten nog een begeerde lekkernij was.
Het zal overigens niet veel moeite kosten om de lezer dat verschil duidelijk te maken; ik hoef hem maar te verwijzen naar de laatste oorlogsjaren, toen door mensen die vóór 1940 de neus optrokken voor vet spek, kapitaaltjes besteed werden om een paar pond varkensprodukt machtig te worden. Als de nood maar aan de man komt!!!


Vroeger slachtte men, al naar de grootte van het huisgezin, een of twee keer per seizoen en maakte de daarvoor bestemde varkens naar dezelfde maatstaf meer of minder zwaar. Waar het nodige voer en de geldmiddelen ontbraken, kon, al was het gezin talrijk, maar één keer geslacht worden; veelal in November om de wintervoorraad te spekken en aan te vullen. Natuurlijk was in die huishoudens de vreugde bij het slacht-"feest" het uitbundigst.

Maandenlang was aan het mesten van de krulstaart de nodige zorg besteed en was er reikhalzend uitgezien naar het ogenblik waarop hij zwaar genoeg werd bevonden om ‘gekeeld’ te worden. Met de slachter werd afgesproken, wanneer deze kon komen en tezelfder tijd werd er een fles jonge klare gehaald bij de kastelein, want zonder een pierenverschrikkertje kon geen enkel slachtfeest doorgaan. Als de slachter dan met zijn zware slachtbak en een koker vol moordtuig was gearriveerd, kreeg het slachtoffer een touw om een der achterpoten, de kooi ging dan vaak voor de eerste en enige keer van zijn leven voor hem open en hij werd het erf opgedreven.

Als het varken ‘gestoken’  en leeggebloed was werd er veelal even gepauseerd om binnen een neutje door het keelgat te wippen en om het water dat in een grote ketel klaar gestoomd was op hitte te keuren. Er is namelijk veel kokend water nodig om de boel steriel te houden bij zo’n huisslachting.

Dan kwam het uitwendig schoon maken van het varken Met emmers vol heet water werd het haar geweekt en daarna "geschrabd" (huid van haar en vuil ontdoen).

Was het varken geschrabd dan ging het op de leer (ladder) die dan tegen de buitenmuur werd gezet, waarna het opensnijden en uithalen kon beginnen.

Lever, longen en hart gingen in een emmer en werden direct aan de zorgen van de huisvrouw overgegeven. De ingewanden, werden opgevangen in de wan en als dan het overgeblevene door middel van stromen water van binnen en buiten schoon was, werd het door de slachter naar binnen gesleept, waar het in volle glorie tegen een der wanden van "de geut" hing te pronken, waar even later de buren en het personeel kwamen om het "vet te prijzen". Het varken werd aan alle kanten bewonderd, veel te hoog in gewicht geschat en uitbundig op blankheid en kwaliteit geprezen, want... na dat prijzen werd een paar keer ingeschonken.

Wanneer je zo'n jaap van een 400 pond schoon aan de haak op de leer had hangen, dan was voor heel het huishouden het ogenblik gekomen, dat tong, hart, lever en longen, na gewassen te zijn, in een ketel over het vuur om gekookt werden, terwijl het vrouwvolk intussen druk bezig was met het krans- en scheivet van de darmen te schrappen, waarna deze laatste in- en uitwendig zorgvuldig schoongemaakt en in een kom water weggezet werden.


En met dat al was de jaarlijkse slachtdrukte begonnen, die een paar dagen lang het hele huishouden in rep en roer zou zetten. Gewoonlijk werd een stuk van de lever of de langen teruggehouden, dat dan des avonds in de pan gebakken op tafel kwam en dat was het huishouden het jaarlijks summum van culinaire geneugten. Want nu kon er weer eens naar hartelust enkele keren geschranst worden.

Voor de schoolgaande jongens was zelfs de blaas een voorwerp van belang; deze werd door middel van een pijpesteel strak opgeblazen en daarna in de schouw gehangen en gedroogd om met Vastenavond dienst te kunnen doen op de rommelpotten, voor welk instrument zij een onmisbaar onderdeel vormde.

Daags daarna was op vastgesteld uur de slachter weer present om het varken af te snijden. De beide helften werden een voor een op de grote tafel gedeponeerd en daar volgens de regelen van de snijkunst en naar vaste normen in allerlei onderdelen verdeeld.


Hiervan waren de voornaamste en gewichtigste de twee hammen en de vier zijden spek, die na afloop van de operatie naar de kelder gingen om door de slachter in de reeds gereedstaande kuip te worden ingezouten. Dit inzouten moest met veel oplettendheid en secuur gebeuren, want fouten hierbij begaan wreekten zich allicht later, omdat een gedeelte van spek en hammen ooit tot tien maanden lang in de schouw moesten hangen, soms tot anderhalf jaar als de boer erg zuinig op zijn spek was uitgevallen.

De kop werd, wanneer de kinnebakken niet apart werden gehouden om gezouten en gerookt te worden, in de regel geheel in de zult gebruikt; de tong was natuurlijk voor moeder. Wat er dan van het varken overbleef, ressorteerde in zijn geheel tot wat de boer aanduidde onder de naam "het kort", dat weer in verschillende onderdelen werd gesneden. Dan kwam het worstvlees, dat apart ging om later op de dag tot worst verwerkt te worden. Verder de ribben en de rug, die in moten gesneden werden en, met uitzondering van wat voor gebruik gedurende de eerste dagen werd afgezonderd, met hielen, pootjes en de rest bij het spek de kuip ingingen om voor later gebruik te dienen.


Op sommige plaatsen werden de beide reuzels geheel of gedeeltelijk gezouten, opgerold en zo in de schouw gehangen om, gedroogd en gerookt, later voor allerlei doeleinden gebruikt te kunnen worden. Waar dit niet gebeurde, werden zij met het krans- en niervet in blokjes gesneden en boven het vuur gesmolten. Dat vet smelten was meestal reeds aan de gang, terwijl de slachter nog met afsnijden bezig was en van dat ogenblik af begon een geur van vet alle hoeken van het huis te vullen om daar minstens een dag of drie lang te blijven hangen.
Als het vet gesmolten en door de vergiet in keulse potten was opgevangen, bleven de kanen over, die bij de boterham erg gewaardeerd werden. Na het vet smelten kwam het zult maken aan de beurt; kop, oren en longen werden kort gehakt en boven het vuur gaar gekookt om later in allerlei kommen en schalen af te koelen.

Onder al die bedrijven waren een paar huisgenoten het worstvlees in mootjes aan het snijden om het daarna in het houten kapbord met het kapmes kort te hakken. Na vermengd te zijn met zout en peper werd het met de duim door de "worsthoorn" in de daaraan gestoken darmen gestuwd (worst "frutten"), terwijl een helpster er voor zorgde, dat de vulling gelijkmatig verdeeld was en de darmen met een stopnaald van gaatjes voorzien werden. Op het laatst kwam het maken van balkenbrij, op sommige plaatsen van beuling, aan de beurt; een stijf mengsel van zultnat en dobbelsteentjes vet spek met boekweit-, rogge- en tarwemeel, dat tot schijven in de pan gesneden en gebakken stevige kost opleverde.
Na zo'n paar dagen van zenuwachtig werken en "redderen" was het hele voorhuis doordrenkt van een vetwalm; alles rook naar vet, smaakte naar vet en voelde vet aan en het duurde een week vooraleer je uit neus, verhemelte en keel de vetsmaak voorgoed kwijt was geraakt. Maar... het varken was "aan de kant" en het huishouden kon er weer voor een jaar tegen!

 
 
 

Vroeger werd er op het platteland nog geslacht door de boeren. Tegenwoordig gebeurt dat veel minder, en ook niet meer zo seizoensgebonden als vroeger. Toen moest men een wintervoorraad hebben. Nu het weer slachtmaand is, daarom een verhaal over het slachten, dan doe ik dit alleen om het verschil van betekenis te doen uitkomen tussen het slachten van nu en dat van een 70 jaar geleden. Er wordt tegenwoordig niet meer aan huis geslacht zoals vroeger en de huisslachting staat niet meer in aanzien en geniet niet meer die waardering zoals in de tijd toen boer en arbeider vrijwel alleen vlees alleen kenden van het eigen slachtvarken, en vet spek bij boterham en middageten nog een begeerde lekkernij was.
Het zal overigens niet veel moeite kosten om de lezer dat verschil duidelijk te maken; ik hoef hem maar te verwijzen naar de laatste oorlogsjaren, toen door mensen die vóór 1940 de neus optrokken voor vet spek, kapitaaltjes besteed werden om een paar pond varkensprodukt machtig te worden. Als de nood maar aan de man komt!!!


Vroeger slachtte men, al naar de grootte van het huisgezin, een of twee keer per seizoen en maakte de daarvoor bestemde varkens naar dezelfde maatstaf meer of minder zwaar. Waar het nodige voer en de geldmiddelen ontbraken, kon, al was het gezin talrijk, maar één keer geslacht worden; veelal in November om de wintervoorraad te spekken en aan te vullen. Natuurlijk was in die huishoudens de vreugde bij het slacht-"feest" het uitbundigst.

Maandenlang was aan het mesten van de krulstaart de nodige zorg besteed en was er reikhalzend uitgezien naar het ogenblik waarop hij zwaar genoeg werd bevonden om ‘gekeeld’ te worden. Met de slachter werd afgesproken, wanneer deze kon komen en tezelfder tijd werd er een fles jonge klare gehaald bij de kastelein, want zonder een pierenverschrikkertje kon geen enkel slachtfeest doorgaan. Als de slachter dan met zijn zware slachtbak en een koker vol moordtuig was gearriveerd, kreeg het slachtoffer een touw om een der achterpoten, de kooi ging dan vaak voor de eerste en enige keer van zijn leven voor hem open en hij werd het erf opgedreven.

Als het varken ‘gestoken’  en leeggebloed was werd er veelal even gepauseerd om binnen een neutje door het keelgat te wippen en om het water dat in een grote ketel klaar gestoomd was op hitte te keuren. Er is namelijk veel kokend water nodig om de boel steriel te houden bij zo’n huisslachting.

Dan kwam het uitwendig schoon maken van het varken Met emmers vol heet water werd het haar geweekt en daarna "geschrabd" (huid van haar en vuil ontdoen).

Was het varken geschrabd dan ging het op de leer (ladder) die dan tegen de buitenmuur werd gezet, waarna het opensnijden en uithalen kon beginnen.

Lever, longen en hart gingen in een emmer en werden direct aan de zorgen van de huisvrouw overgegeven. De ingewanden, werden opgevangen in de wan en als dan het overgeblevene door middel van stromen water van binnen en buiten schoon was, werd het door de slachter naar binnen gesleept, waar het in volle glorie tegen een der wanden van "de geut" hing te pronken, waar even later de buren en het personeel kwamen om het "vet te prijzen". Het varken werd aan alle kanten bewonderd, veel te hoog in gewicht geschat en uitbundig op blankheid en kwaliteit geprezen, want... na dat prijzen werd een paar keer ingeschonken.

Wanneer je zo'n jaap van een 400 pond schoon aan de haak op de leer had hangen, dan was voor heel het huishouden het ogenblik gekomen, dat tong, hart, lever en longen, na gewassen te zijn, in een ketel over het vuur om gekookt werden, terwijl het vrouwvolk intussen druk bezig was met het krans- en scheivet van de darmen te schrappen, waarna deze laatste in- en uitwendig zorgvuldig schoongemaakt en in een kom water weggezet werden.


En met dat al was de jaarlijkse slachtdrukte begonnen, die een paar dagen lang het hele huishouden in rep en roer zou zetten. Gewoonlijk werd een stuk van de lever of de langen teruggehouden, dat dan des avonds in de pan gebakken op tafel kwam en dat was het huishouden het jaarlijks summum van culinaire geneugten. Want nu kon er weer eens naar hartelust enkele keren geschranst worden.

Voor de schoolgaande jongens was zelfs de blaas een voorwerp van belang; deze werd door middel van een pijpesteel strak opgeblazen en daarna in de schouw gehangen en gedroogd om met Vastenavond dienst te kunnen doen op de rommelpotten, voor welk instrument zij een onmisbaar onderdeel vormde.

Daags daarna was op vastgesteld uur de slachter weer present om het varken af te snijden. De beide helften werden een voor een op de grote tafel gedeponeerd en daar volgens de regelen van de snijkunst en naar vaste normen in allerlei onderdelen verdeeld.


Hiervan waren de voornaamste en gewichtigste de twee hammen en de vier zijden spek, die na afloop van de operatie naar de kelder gingen om door de slachter in de reeds gereedstaande kuip te worden ingezouten. Dit inzouten moest met veel oplettendheid en secuur gebeuren, want fouten hierbij begaan wreekten zich allicht later, omdat een gedeelte van spek en hammen ooit tot tien maanden lang in de schouw moesten hangen, soms tot anderhalf jaar als de boer erg zuinig op zijn spek was uitgevallen.

De kop werd, wanneer de kinnebakken niet apart werden gehouden om gezouten en gerookt te worden, in de regel geheel in de zult gebruikt; de tong was natuurlijk voor moeder. Wat er dan van het varken overbleef, ressorteerde in zijn geheel tot wat de boer aanduidde onder de naam "het kort", dat weer in verschillende onderdelen werd gesneden. Dan kwam het worstvlees, dat apart ging om later op de dag tot worst verwerkt te worden. Verder de ribben en de rug, die in moten gesneden werden en, met uitzondering van wat voor gebruik gedurende de eerste dagen werd afgezonderd, met hielen, pootjes en de rest bij het spek de kuip ingingen om voor later gebruik te dienen.


Op sommige plaatsen werden de beide reuzels geheel of gedeeltelijk gezouten, opgerold en zo in de schouw gehangen om, gedroogd en gerookt, later voor allerlei doeleinden gebruikt te kunnen worden. Waar dit niet gebeurde, werden zij met het krans- en niervet in blokjes gesneden en boven het vuur gesmolten. Dat vet smelten was meestal reeds aan de gang, terwijl de slachter nog met afsnijden bezig was en van dat ogenblik af begon een geur van vet alle hoeken van het huis te vullen om daar minstens een dag of drie lang te blijven hangen.
Als het vet gesmolten en door de vergiet in keulse potten was opgevangen, bleven de kanen over, die bij de boterham erg gewaardeerd werden. Na het vet smelten kwam het zult maken aan de beurt; kop, oren en longen werden kort gehakt en boven het vuur gaar gekookt om later in allerlei kommen en schalen af te koelen.

Onder al die bedrijven waren een paar huisgenoten het worstvlees in mootjes aan het snijden om het daarna in het houten kapbord met het kapmes kort te hakken. Na vermengd te zijn met zout en peper werd het met de duim door de "worsthoorn" in de daaraan gestoken darmen gestuwd (worst "frutten"), terwijl een helpster er voor zorgde, dat de vulling gelijkmatig verdeeld was en de darmen met een stopnaald van gaatjes voorzien werden. Op het laatst kwam het maken van balkenbrij, op sommige plaatsen van beuling, aan de beurt; een stijf mengsel van zultnat en dobbelsteentjes vet spek met boekweit-, rogge- en tarwemeel, dat tot schijven in de pan gesneden en gebakken stevige kost opleverde.
Na zo'n paar dagen van zenuwachtig werken en "redderen" was het hele voorhuis doordrenkt van een vetwalm; alles rook naar vet, smaakte naar vet en voelde vet aan en het duurde een week vooraleer je uit neus, verhemelte en keel de vetsmaak voorgoed kwijt was geraakt. Maar... het varken was "aan de kant" en het huishouden kon er weer voor een jaar tegen!

 

woensdag 13 november 2013

Balkenbrij recept



Een typisch gerecht wat bij het thema November-slachtmaand hoort is balkenbrij maken. Waarschijnlijk wel eens van gehoord? Oorspronkelijk werd het gemaakt van slachtafval, maar dat doen we voor deze "moderne" balkenbrij maar niet meer. Binnen een uur tijd kun je namelijk al heerlijke balkenbrij maken. Je hebt het volgende nodig:

  • 500 gram varkensvlees (poulet, hart, lever, nier, mager spek, gehakt)
  • 100 gram vet spek.
Daarnaast kun je ook 15 gram aan gemengde kruiden gebruiken, er kan gedacht worden aan tijm en laurier. Daarnaast neem je twee bouillonblokjes en een liter water. Verder heb je gemalen peper nodig en 250 gram boekweitmeel. Ook heb je 75 gram gewelde rozijnen nodig en een kwart liter varkensbloed. Ook heb je boter nodig om het geheel in te bakken.

Het bereiden van de balkenbrij

Je neemt het vlees en het spek en dat doe je samen in een grote ketel. Dit geheel ga je aan de kook brengen en dan voeg je hier gemengde kruiden bij, deze kun je van te voren zelf kiezen. Je doet er nu ook de peper en de bouillonblokjes bij en dit laat je ongeveer 40 minuten allemaal samen sudderen. Dan neem je het vlees uit de bouillon en dit laat je even afkoelen. Vervolgens neem je de bouillon en deze giet je door de zeef. Dan snijd je het vlees klein en het vet spek moet in dobbelsteentjes worden gesneden van 0,5 cm. Je kunt het geheel ook een keer door de vleesmolen halen. Je neemt dan een derde deel van de bouillon en dan maak je samen met boekweitmeel een glad beslag. De overige bouillon met het vlees breng je samen aan de kook en daar kun je eventueel rozijnen en het bloed bij doen, dat is geen vereiste bij de balkenbrij. Nu blijf je goed roeren en doe je langzaam aan het beslag er bij. Dan laat je het geheel weer 15 minuten doorkoken en dan blijf je ook nog steeds roeren. Daarna moet de balkenbrij stijf worden. Dan doe je de balkenbrij in een met koud water omgespoelde kom en dit laat je als geheel afkoelen. Dan zet je hem een nacht in de koelkast, dan snijd je dikke plakken van de balkenbrij en deze bak je om en om bruin in een pan met boter.

Het opdienen van de balkenbrij

Als het gerecht klaar is moet je nog een nacht wachten en de volgende dag kun je plakjes snijden en het bruin bakken, dit wordt dan warm opgediend. Eventueel kunnen er appels en brood bij worden geserveerd. Balkenbrij wordt ook als bijgerecht op tafel gezet, je kunt deze dan eten zoals jij het lekker vindt, bijvoorbeeld met wat appels en andere kleine gerechten zodat deze gecombineerd kunnen worden met de balkenbrij. Smakelijk eten!

Balkenbrij recept



Een typisch gerecht wat bij het thema November-slachtmaand hoort is balkenbrij maken. Waarschijnlijk wel eens van gehoord? Oorspronkelijk werd het gemaakt van slachtafval, maar dat doen we voor deze "moderne" balkenbrij maar niet meer. Binnen een uur tijd kun je namelijk al heerlijke balkenbrij maken. Je hebt het volgende nodig:

  • 500 gram varkensvlees (poulet, hart, lever, nier, mager spek, gehakt)
  • 100 gram vet spek.
Daarnaast kun je ook 15 gram aan gemengde kruiden gebruiken, er kan gedacht worden aan tijm en laurier. Daarnaast neem je twee bouillonblokjes en een liter water. Verder heb je gemalen peper nodig en 250 gram boekweitmeel. Ook heb je 75 gram gewelde rozijnen nodig en een kwart liter varkensbloed. Ook heb je boter nodig om het geheel in te bakken.

Het bereiden van de balkenbrij

Je neemt het vlees en het spek en dat doe je samen in een grote ketel. Dit geheel ga je aan de kook brengen en dan voeg je hier gemengde kruiden bij, deze kun je van te voren zelf kiezen. Je doet er nu ook de peper en de bouillonblokjes bij en dit laat je ongeveer 40 minuten allemaal samen sudderen. Dan neem je het vlees uit de bouillon en dit laat je even afkoelen. Vervolgens neem je de bouillon en deze giet je door de zeef. Dan snijd je het vlees klein en het vet spek moet in dobbelsteentjes worden gesneden van 0,5 cm. Je kunt het geheel ook een keer door de vleesmolen halen. Je neemt dan een derde deel van de bouillon en dan maak je samen met boekweitmeel een glad beslag. De overige bouillon met het vlees breng je samen aan de kook en daar kun je eventueel rozijnen en het bloed bij doen, dat is geen vereiste bij de balkenbrij. Nu blijf je goed roeren en doe je langzaam aan het beslag er bij. Dan laat je het geheel weer 15 minuten doorkoken en dan blijf je ook nog steeds roeren. Daarna moet de balkenbrij stijf worden. Dan doe je de balkenbrij in een met koud water omgespoelde kom en dit laat je als geheel afkoelen. Dan zet je hem een nacht in de koelkast, dan snijd je dikke plakken van de balkenbrij en deze bak je om en om bruin in een pan met boter.

Het opdienen van de balkenbrij

Als het gerecht klaar is moet je nog een nacht wachten en de volgende dag kun je plakjes snijden en het bruin bakken, dit wordt dan warm opgediend. Eventueel kunnen er appels en brood bij worden geserveerd. Balkenbrij wordt ook als bijgerecht op tafel gezet, je kunt deze dan eten zoals jij het lekker vindt, bijvoorbeeld met wat appels en andere kleine gerechten zodat deze gecombineerd kunnen worden met de balkenbrij. Smakelijk eten!

maandag 11 november 2013

 


Nieuwe week; nieuw thema....

November - Slachtmaand

Ik kan er ook niets aandoen, maar van oudsher is de maand november bekend als de slachtmaand. Deze week gaan we dat dus van alle(rlei) kanten bekijken.....
Ik wens u veel (v)leesplezier!
 

Een slager is druk aan het werk in zijn winkel . Hij merkt dat er een hond in de winkel zit en jaagt die weg. Enkele minuten later zit de hond er weer . Hij loopt naar de hond toe en ziet dat ze een briefje in zijn muil heeft. Hierop staat: “1 kilo gehakt, 2 biefstukken, 1 kilo varkensvlees a.u.b.” De slager kijkt verder en ziet ook nog een briefje van vijftig euro in de muil zitten!. Hij maakt de bestelling klaar en doet deze samen met het wisselgeld in een plastic zak en de hond neemt deze in zijn muil! De slager is onder de indruk, omdat het sluitingstijd is besluit hij de hond te volgen. De hond loopt een eindje over de stoep en komt bij een zebrapad. Hij zet de plastic zak neer, springt tegen het paaltje omhoog,drukt op de knop, pakt de zak weer in zijn muil en wacht geduldig tot het licht op groen springt. Zodra dat gebeurt, steekt hij over en de slager vlak achter hem. De hond komt bij een bushalte en begint de dienst regeling te bestuderen. De mond van de slager valt open van verbazing. Na de dienstregeling te hebben bekeken gaat de hond op het bankje zitten. De bus arriveert, de hond loopt naar de voorkant van de bus, kijktnaar het lijnnummer en gaat terug op het bankje zitten. Een andere bus arriveert, opnieuw loopt de hond naar de voorkant van de bus, ziet dat dit de juiste bus is en stapt in. De slager weet niet hoe hij het heeft en volgt de hond de bus in. De bus rijdt een tijdje door de stad, komt in de buitenwijken en de hond staat recht, gaat op zijn achterpoten staan en drukt op de knop om de bus bij de volgende halte te laten stoppen. De hond stap uit, de boodschappen in zijn muil en de slager steeds achter hem aan. Ze lopen een weggetje af en de hond nadert een huis. Hij loopt naar de voordeur en zet de boodschappen neer. Dan loopt hij een paar meter terug, neemt een aanloop en gooit zichzelf tegen de voordeur. Hij wacht even, loopt weer een paar meter terug, neemt een aanloop en gooit zichzelf weer harder tegen de voordeur. Er wordt niet open gedaan. De hond loopt naar de voortuin, klimt op de muur die daar omheen staat en loopt over de muur naar de zijkant van het huis. Hij komt bij een raam en slaat er zijn kop diverse keren tegenaan. Hij loopt terug over de muur, springt eraf, loopt naar de voordeur, pakt de boodschappen in zijn bek en gaat zitten wachten. De slager ziet dat een vent de deur opent en die dadelijk begint te vloeken en te schelden tegen die hond! De slager loopt naar de voordeur en zegt tegen die vent: “Waar ben jij mee bezig klootzak? Deze hond is een genie. Daar moet je mee naar de tv in plaats van te staan schelden! “Waarop de vent antwoordt: “Deze hond een genie? Zeker niet! Dit is al de tweede keer deze week dat hij zijn sleutels vergeet!”


“Die biefstuk was eersteklas,” zegt de gast tegen de ober. “Ik kan het weten als man van het vak.” “O, ja, is mijnheer soms slager?” “Nee, schoenmaker”




Een leerkracht die op school les moest geven over voeding dacht dat het zou interessant zijn voor haar leerlingen om te leren hoe de verschillende namen voor de verschillende soorten vlees zijn, om te eten en bij de slager te bestellen. Op een dag, had ze verschillende vleessoorten klaargemaakt voor hen. Elke leerling mocht een hap nemen, waarna ze naar de herkomst van het vlees vroeg. . . Marieke nam een hap van het vlees; en zei kippenvlees! Correct; zei de leerkracht, het vlees kwam van een kip. Tommy nam een hap van het varkensvlees en… ook correct geïdentificeerd als het vlees afkomstig van een varken. Het laatste vlees was rundvlees. De kinderen kauwden en kauwden….. En na tal van onjuiste gissingen van verschillende kinderen probeerde de leraar om hen een hint te geven: "Hoe noemt je moeder je vader als hij te laat thuis komt van het werk “s avonds", vroeg ze? Ineens sprong Joey uit zijn schoolbank en riep: "Getverderie! UITSPUGEN, het is een Lul!"


 


Nieuwe week; nieuw thema....

November - Slachtmaand

Ik kan er ook niets aandoen, maar van oudsher is de maand november bekend als de slachtmaand. Deze week gaan we dat dus van alle(rlei) kanten bekijken.....
Ik wens u veel (v)leesplezier!
 

Een slager is druk aan het werk in zijn winkel . Hij merkt dat er een hond in de winkel zit en jaagt die weg. Enkele minuten later zit de hond er weer . Hij loopt naar de hond toe en ziet dat ze een briefje in zijn muil heeft. Hierop staat: “1 kilo gehakt, 2 biefstukken, 1 kilo varkensvlees a.u.b.” De slager kijkt verder en ziet ook nog een briefje van vijftig euro in de muil zitten!. Hij maakt de bestelling klaar en doet deze samen met het wisselgeld in een plastic zak en de hond neemt deze in zijn muil! De slager is onder de indruk, omdat het sluitingstijd is besluit hij de hond te volgen. De hond loopt een eindje over de stoep en komt bij een zebrapad. Hij zet de plastic zak neer, springt tegen het paaltje omhoog,drukt op de knop, pakt de zak weer in zijn muil en wacht geduldig tot het licht op groen springt. Zodra dat gebeurt, steekt hij over en de slager vlak achter hem. De hond komt bij een bushalte en begint de dienst regeling te bestuderen. De mond van de slager valt open van verbazing. Na de dienstregeling te hebben bekeken gaat de hond op het bankje zitten. De bus arriveert, de hond loopt naar de voorkant van de bus, kijktnaar het lijnnummer en gaat terug op het bankje zitten. Een andere bus arriveert, opnieuw loopt de hond naar de voorkant van de bus, ziet dat dit de juiste bus is en stapt in. De slager weet niet hoe hij het heeft en volgt de hond de bus in. De bus rijdt een tijdje door de stad, komt in de buitenwijken en de hond staat recht, gaat op zijn achterpoten staan en drukt op de knop om de bus bij de volgende halte te laten stoppen. De hond stap uit, de boodschappen in zijn muil en de slager steeds achter hem aan. Ze lopen een weggetje af en de hond nadert een huis. Hij loopt naar de voordeur en zet de boodschappen neer. Dan loopt hij een paar meter terug, neemt een aanloop en gooit zichzelf tegen de voordeur. Hij wacht even, loopt weer een paar meter terug, neemt een aanloop en gooit zichzelf weer harder tegen de voordeur. Er wordt niet open gedaan. De hond loopt naar de voortuin, klimt op de muur die daar omheen staat en loopt over de muur naar de zijkant van het huis. Hij komt bij een raam en slaat er zijn kop diverse keren tegenaan. Hij loopt terug over de muur, springt eraf, loopt naar de voordeur, pakt de boodschappen in zijn bek en gaat zitten wachten. De slager ziet dat een vent de deur opent en die dadelijk begint te vloeken en te schelden tegen die hond! De slager loopt naar de voordeur en zegt tegen die vent: “Waar ben jij mee bezig klootzak? Deze hond is een genie. Daar moet je mee naar de tv in plaats van te staan schelden! “Waarop de vent antwoordt: “Deze hond een genie? Zeker niet! Dit is al de tweede keer deze week dat hij zijn sleutels vergeet!”


“Die biefstuk was eersteklas,” zegt de gast tegen de ober. “Ik kan het weten als man van het vak.” “O, ja, is mijnheer soms slager?” “Nee, schoenmaker”




Een leerkracht die op school les moest geven over voeding dacht dat het zou interessant zijn voor haar leerlingen om te leren hoe de verschillende namen voor de verschillende soorten vlees zijn, om te eten en bij de slager te bestellen. Op een dag, had ze verschillende vleessoorten klaargemaakt voor hen. Elke leerling mocht een hap nemen, waarna ze naar de herkomst van het vlees vroeg. . . Marieke nam een hap van het vlees; en zei kippenvlees! Correct; zei de leerkracht, het vlees kwam van een kip. Tommy nam een hap van het varkensvlees en… ook correct geïdentificeerd als het vlees afkomstig van een varken. Het laatste vlees was rundvlees. De kinderen kauwden en kauwden….. En na tal van onjuiste gissingen van verschillende kinderen probeerde de leraar om hen een hint te geven: "Hoe noemt je moeder je vader als hij te laat thuis komt van het werk “s avonds", vroeg ze? Ineens sprong Joey uit zijn schoolbank en riep: "Getverderie! UITSPUGEN, het is een Lul!"