Vandaag een candid-camera-gag met ....... een varkentje!
Posts tonen met het label varken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label varken. Alle posts tonen
vrijdag 7 november 2014
donderdag 6 november 2014
varkens als huisdier
Varkens als huisdier
De populariteit van de kleine varkens als huisdier neemt de laatste jaren toe en mits ze goed en deskundig verzorgd worden, steekt hier geen kwaad in. Wanneer de dieren echter als een soort van "zak-varkentjes" gaan fungeren, dan dient hiertegen gewaarschuwd te worden. Varkens zijn zeer specifieke dieren die dan ook specifieke eisen stellen aan hun verzorgers en verzorging. Om dierenleed te voorkomen, moet eerst grondig worden nagedacht over de reële mogelijkheden de varkens een leefwaardige omgeving aan te bieden.Een mini-varken is een van een aantal kleinere varkenssoorten.
Hieronder vallen onder meer het hangbuikzwijn een varken dat in Vietnam en China vaak voorkomt en het Göttinger minivarken, de Münchener troll en het Indonesisch minivarken.
Soorten
Het hangbuikzwijn is een klein varken met een gedrongen kop en kleine spitse oren. Het hangbuikzwijntje wordt ongeveer 50 tot 60 cm hoog en bereikt een gewicht van ongeveer 70 kg. Sommige fokkers proberen hem steeds kleiner te fokken, onder meer door de dieren op dieet te zetten. Er bestaan daardoor volwassen minihangbuikzwijntjes van 12 tot 25 kilo. Dit kan echter ten koste van de gezondheid van de dieren gaan en deze praktijk wordt niet onderschreven door de Amerikaanse Potbellied Pig Association die een gedragscode heeft ontwikkeld voor Noord-Amerikaanse fokkers.Het Göttinger minivarken is aan de Universiteit van Göttingen (Duitsland) speciaal als proefdier gefokt voor de medische wetenschap. Het dier heeft kleuren, die variëren van wit, grijs, bruin tot bont en is ook een geliefd hobbyvarken. De hoogte is ongeveer 40 tot 50 cm en het gewicht kan komen op 50 kg.
De Münchener troll is eveneens voor de medische wetenschap gefokt en komt uit München (Duitsland). Deze dieren hebben ook verschillende kleuren, waaronder dikwijls roodachtige tinten. Hun hoogte komt op ca. 45 cm en het gewicht ligt rond de 50 kg.
Het Indonesische minivarken is kleiner dan de voorgaande dieren en wordt steeds schaarser. De naam is misleidend want de afkomst van het beestje is Duits. De vele bruine biggen waren de reden van deze benaming. Toch is deze soort er ook in verschillende kleurstellingen, waaronder vooral de zogenaamde wildkleur. Anatomisch gelijken zij nog het meest op het wild zwijn maar met hun gewicht van slechts 30 kg zijn zij veel lichter dan deze.
varkens als huisdier
Varkens als huisdier
De populariteit van de kleine varkens als huisdier neemt de laatste jaren toe en mits ze goed en deskundig verzorgd worden, steekt hier geen kwaad in. Wanneer de dieren echter als een soort van "zak-varkentjes" gaan fungeren, dan dient hiertegen gewaarschuwd te worden. Varkens zijn zeer specifieke dieren die dan ook specifieke eisen stellen aan hun verzorgers en verzorging. Om dierenleed te voorkomen, moet eerst grondig worden nagedacht over de reële mogelijkheden de varkens een leefwaardige omgeving aan te bieden.Een mini-varken is een van een aantal kleinere varkenssoorten.
Hieronder vallen onder meer het hangbuikzwijn een varken dat in Vietnam en China vaak voorkomt en het Göttinger minivarken, de Münchener troll en het Indonesisch minivarken.
Soorten
Het hangbuikzwijn is een klein varken met een gedrongen kop en kleine spitse oren. Het hangbuikzwijntje wordt ongeveer 50 tot 60 cm hoog en bereikt een gewicht van ongeveer 70 kg. Sommige fokkers proberen hem steeds kleiner te fokken, onder meer door de dieren op dieet te zetten. Er bestaan daardoor volwassen minihangbuikzwijntjes van 12 tot 25 kilo. Dit kan echter ten koste van de gezondheid van de dieren gaan en deze praktijk wordt niet onderschreven door de Amerikaanse Potbellied Pig Association die een gedragscode heeft ontwikkeld voor Noord-Amerikaanse fokkers.Het Göttinger minivarken is aan de Universiteit van Göttingen (Duitsland) speciaal als proefdier gefokt voor de medische wetenschap. Het dier heeft kleuren, die variëren van wit, grijs, bruin tot bont en is ook een geliefd hobbyvarken. De hoogte is ongeveer 40 tot 50 cm en het gewicht kan komen op 50 kg.
De Münchener troll is eveneens voor de medische wetenschap gefokt en komt uit München (Duitsland). Deze dieren hebben ook verschillende kleuren, waaronder dikwijls roodachtige tinten. Hun hoogte komt op ca. 45 cm en het gewicht ligt rond de 50 kg.
Het Indonesische minivarken is kleiner dan de voorgaande dieren en wordt steeds schaarser. De naam is misleidend want de afkomst van het beestje is Duits. De vele bruine biggen waren de reden van deze benaming. Toch is deze soort er ook in verschillende kleurstellingen, waaronder vooral de zogenaamde wildkleur. Anatomisch gelijken zij nog het meest op het wild zwijn maar met hun gewicht van slechts 30 kg zijn zij veel lichter dan deze.
maandag 3 november 2014
varkens moppen
In verband met het begin van de slachtmaand: het thema
VARKENS
Er was een boer die veel varkens had. Op een dag ging er iemand van de Dierenbescherming naar de boerderij en vroeg aan de boer: "Wat gebruikt u om uw varkens te voeren?" "Nou, ik geef ze mengvoer waar van alles inzit, hoezo?" "Omdat ik van de Dierenbescherming ben en ik het idee heb dat u uw varkens niet op de goede manier voert, u zou ze geen afvalproducten moeten voeren." Daarna bekeurde hij de boer.
Een paar dagen later kwam er iemand anders die dezelfde vraag stelde. De boer antwoordde: "Nou, ik voer ze heel goed. Ik geef ze zalm, kaviaar, garnalen, runderlappen...... hoezo?" "Omdat ik van de Verenigde Naties ben en ik denk dat het oneerlijk is dat u uw varkens op deze manier voert als er mensen zijn die sterven omdat ze niets te eten hebben." En hij bekeurde de boer.
Later kwam er nog iemand die ook weer dezelfde vraag stelde. De arwanende boer antwoordde na een tijdje: "Nou, ik geef elk varken een tientje zodat ze zelf kunnen kopen wat ze willen hebben."
Een paar dagen later kwam er iemand anders die dezelfde vraag stelde. De boer antwoordde: "Nou, ik voer ze heel goed. Ik geef ze zalm, kaviaar, garnalen, runderlappen...... hoezo?" "Omdat ik van de Verenigde Naties ben en ik denk dat het oneerlijk is dat u uw varkens op deze manier voert als er mensen zijn die sterven omdat ze niets te eten hebben." En hij bekeurde de boer.
Later kwam er nog iemand die ook weer dezelfde vraag stelde. De arwanende boer antwoordde na een tijdje: "Nou, ik geef elk varken een tientje zodat ze zelf kunnen kopen wat ze willen hebben."
Een man en vrouw zitten in de auto. Er wordt haast geen woord gezegd.
Wanneer ze voorbij een weide rijden met ezels en varkens, zegt de vrouw :
‘Zie je dat daar; familie van jou ?
Haar man antwoordt droogjes : ‘Ja, aangetrouwd !’
Wanneer ze voorbij een weide rijden met ezels en varkens, zegt de vrouw :
‘Zie je dat daar; familie van jou ?
Haar man antwoordt droogjes : ‘Ja, aangetrouwd !’
Een worstfabriekant geeft zijn zoon en beoogd opvolger een rondleiding door de worst fabriek.
De vader legt uit “Aan de ene kant stop je er een varken in en aan de andere kant komt er worst uit.”
De zoon vraagt “En als je er worst in stopt, komt er dan een varken uit?”
"Nee," zegt de vader, "alleen je moeder kan dat."
varkens moppen
In verband met het begin van de slachtmaand: het thema
VARKENS
Er was een boer die veel varkens had. Op een dag ging er iemand van de Dierenbescherming naar de boerderij en vroeg aan de boer: "Wat gebruikt u om uw varkens te voeren?" "Nou, ik geef ze mengvoer waar van alles inzit, hoezo?" "Omdat ik van de Dierenbescherming ben en ik het idee heb dat u uw varkens niet op de goede manier voert, u zou ze geen afvalproducten moeten voeren." Daarna bekeurde hij de boer.
Een paar dagen later kwam er iemand anders die dezelfde vraag stelde. De boer antwoordde: "Nou, ik voer ze heel goed. Ik geef ze zalm, kaviaar, garnalen, runderlappen...... hoezo?" "Omdat ik van de Verenigde Naties ben en ik denk dat het oneerlijk is dat u uw varkens op deze manier voert als er mensen zijn die sterven omdat ze niets te eten hebben." En hij bekeurde de boer.
Later kwam er nog iemand die ook weer dezelfde vraag stelde. De arwanende boer antwoordde na een tijdje: "Nou, ik geef elk varken een tientje zodat ze zelf kunnen kopen wat ze willen hebben."
Een paar dagen later kwam er iemand anders die dezelfde vraag stelde. De boer antwoordde: "Nou, ik voer ze heel goed. Ik geef ze zalm, kaviaar, garnalen, runderlappen...... hoezo?" "Omdat ik van de Verenigde Naties ben en ik denk dat het oneerlijk is dat u uw varkens op deze manier voert als er mensen zijn die sterven omdat ze niets te eten hebben." En hij bekeurde de boer.
Later kwam er nog iemand die ook weer dezelfde vraag stelde. De arwanende boer antwoordde na een tijdje: "Nou, ik geef elk varken een tientje zodat ze zelf kunnen kopen wat ze willen hebben."
Een man en vrouw zitten in de auto. Er wordt haast geen woord gezegd.
Wanneer ze voorbij een weide rijden met ezels en varkens, zegt de vrouw :
‘Zie je dat daar; familie van jou ?
Haar man antwoordt droogjes : ‘Ja, aangetrouwd !’
Wanneer ze voorbij een weide rijden met ezels en varkens, zegt de vrouw :
‘Zie je dat daar; familie van jou ?
Haar man antwoordt droogjes : ‘Ja, aangetrouwd !’
Een worstfabriekant geeft zijn zoon en beoogd opvolger een rondleiding door de worst fabriek.
De vader legt uit “Aan de ene kant stop je er een varken in en aan de andere kant komt er worst uit.”
De zoon vraagt “En als je er worst in stopt, komt er dan een varken uit?”
"Nee," zegt de vader, "alleen je moeder kan dat."
donderdag 14 november 2013
Vroeger werd er op het platteland nog geslacht door de boeren. Tegenwoordig gebeurt dat veel minder, en ook niet meer zo seizoensgebonden als vroeger. Toen moest men een wintervoorraad hebben. Nu het weer slachtmaand is, daarom een verhaal over het slachten, dan doe ik dit alleen om het verschil van betekenis te doen uitkomen tussen het slachten van nu en dat van een 70 jaar geleden. Er wordt tegenwoordig niet meer aan huis geslacht zoals vroeger en de huisslachting staat niet meer in aanzien en geniet niet meer die waardering zoals in de tijd toen boer en arbeider vrijwel alleen vlees alleen kenden van het eigen slachtvarken, en vet spek bij boterham en middageten nog een begeerde lekkernij was.
Het zal overigens niet veel moeite kosten om de lezer dat verschil duidelijk te maken; ik hoef hem maar te verwijzen naar de laatste oorlogsjaren, toen door mensen die vóór 1940 de neus optrokken voor vet spek, kapitaaltjes besteed werden om een paar pond varkensprodukt machtig te worden. Als de nood maar aan de man komt!!!
Vroeger slachtte men, al naar de grootte van het huisgezin, een of twee keer per seizoen en maakte de daarvoor bestemde varkens naar dezelfde maatstaf meer of minder zwaar. Waar het nodige voer en de geldmiddelen ontbraken, kon, al was het gezin talrijk, maar één keer geslacht worden; veelal in November om de wintervoorraad te spekken en aan te vullen. Natuurlijk was in die huishoudens de vreugde bij het slacht-"feest" het uitbundigst.
Maandenlang was aan het mesten van de krulstaart de nodige zorg besteed en was er reikhalzend uitgezien naar het ogenblik waarop hij zwaar genoeg werd bevonden om ‘gekeeld’ te worden. Met de slachter werd afgesproken, wanneer deze kon komen en tezelfder tijd werd er een fles jonge klare gehaald bij de kastelein, want zonder een pierenverschrikkertje kon geen enkel slachtfeest doorgaan. Als de slachter dan met zijn zware slachtbak en een koker vol moordtuig was gearriveerd, kreeg het slachtoffer een touw om een der achterpoten, de kooi ging dan vaak voor de eerste en enige keer van zijn leven voor hem open en hij werd het erf opgedreven.
Als het varken ‘gestoken’ en leeggebloed was werd er veelal even gepauseerd om binnen een neutje door het keelgat te wippen en om het water dat in een grote ketel klaar gestoomd was op hitte te keuren. Er is namelijk veel kokend water nodig om de boel steriel te houden bij zo’n huisslachting.
Dan kwam het uitwendig schoon maken van het varken Met emmers vol heet water werd het haar geweekt en daarna "geschrabd" (huid van haar en vuil ontdoen).
Was het varken geschrabd dan ging het op de leer (ladder) die dan tegen de buitenmuur werd gezet, waarna het opensnijden en uithalen kon beginnen.
Lever, longen en hart gingen in een emmer en werden direct aan de zorgen van de huisvrouw overgegeven. De ingewanden, werden opgevangen in de wan en als dan het overgeblevene door middel van stromen water van binnen en buiten schoon was, werd het door de slachter naar binnen gesleept, waar het in volle glorie tegen een der wanden van "de geut" hing te pronken, waar even later de buren en het personeel kwamen om het "vet te prijzen". Het varken werd aan alle kanten bewonderd, veel te hoog in gewicht geschat en uitbundig op blankheid en kwaliteit geprezen, want... na dat prijzen werd een paar keer ingeschonken.
Wanneer je zo'n jaap van een 400 pond schoon aan de haak op de leer had hangen, dan was voor heel het huishouden het ogenblik gekomen, dat tong, hart, lever en longen, na gewassen te zijn, in een ketel over het vuur om gekookt werden, terwijl het vrouwvolk intussen druk bezig was met het krans- en scheivet van de darmen te schrappen, waarna deze laatste in- en uitwendig zorgvuldig schoongemaakt en in een kom water weggezet werden.
En met dat al was de jaarlijkse slachtdrukte begonnen, die een paar dagen lang het hele huishouden in rep en roer zou zetten. Gewoonlijk werd een stuk van de lever of de langen teruggehouden, dat dan des avonds in de pan gebakken op tafel kwam en dat was het huishouden het jaarlijks summum van culinaire geneugten. Want nu kon er weer eens naar hartelust enkele keren geschranst worden.
Voor de schoolgaande jongens was zelfs de blaas een voorwerp van belang; deze werd door middel van een pijpesteel strak opgeblazen en daarna in de schouw gehangen en gedroogd om met Vastenavond dienst te kunnen doen op de rommelpotten, voor welk instrument zij een onmisbaar onderdeel vormde.
Daags daarna was op vastgesteld uur de slachter weer present om het varken af te snijden. De beide helften werden een voor een op de grote tafel gedeponeerd en daar volgens de regelen van de snijkunst en naar vaste normen in allerlei onderdelen verdeeld.
Hiervan waren de voornaamste en gewichtigste de twee hammen en de vier zijden spek, die na afloop van de operatie naar de kelder gingen om door de slachter in de reeds gereedstaande kuip te worden ingezouten. Dit inzouten moest met veel oplettendheid en secuur gebeuren, want fouten hierbij begaan wreekten zich allicht later, omdat een gedeelte van spek en hammen ooit tot tien maanden lang in de schouw moesten hangen, soms tot anderhalf jaar als de boer erg zuinig op zijn spek was uitgevallen.
De kop werd, wanneer de kinnebakken niet apart werden gehouden om gezouten en gerookt te worden, in de regel geheel in de zult gebruikt; de tong was natuurlijk voor moeder. Wat er dan van het varken overbleef, ressorteerde in zijn geheel tot wat de boer aanduidde onder de naam "het kort", dat weer in verschillende onderdelen werd gesneden. Dan kwam het worstvlees, dat apart ging om later op de dag tot worst verwerkt te worden. Verder de ribben en de rug, die in moten gesneden werden en, met uitzondering van wat voor gebruik gedurende de eerste dagen werd afgezonderd, met hielen, pootjes en de rest bij het spek de kuip ingingen om voor later gebruik te dienen.
Op sommige plaatsen werden de beide reuzels geheel of gedeeltelijk gezouten, opgerold en zo in de schouw gehangen om, gedroogd en gerookt, later voor allerlei doeleinden gebruikt te kunnen worden. Waar dit niet gebeurde, werden zij met het krans- en niervet in blokjes gesneden en boven het vuur gesmolten. Dat vet smelten was meestal reeds aan de gang, terwijl de slachter nog met afsnijden bezig was en van dat ogenblik af begon een geur van vet alle hoeken van het huis te vullen om daar minstens een dag of drie lang te blijven hangen.
Als het vet gesmolten en door de vergiet in keulse potten was opgevangen, bleven de kanen over, die bij de boterham erg gewaardeerd werden. Na het vet smelten kwam het zult maken aan de beurt; kop, oren en longen werden kort gehakt en boven het vuur gaar gekookt om later in allerlei kommen en schalen af te koelen.
Onder al die bedrijven waren een paar huisgenoten het worstvlees in mootjes aan het snijden om het daarna in het houten kapbord met het kapmes kort te hakken. Na vermengd te zijn met zout en peper werd het met de duim door de "worsthoorn" in de daaraan gestoken darmen gestuwd (worst "frutten"), terwijl een helpster er voor zorgde, dat de vulling gelijkmatig verdeeld was en de darmen met een stopnaald van gaatjes voorzien werden. Op het laatst kwam het maken van balkenbrij, op sommige plaatsen van beuling, aan de beurt; een stijf mengsel van zultnat en dobbelsteentjes vet spek met boekweit-, rogge- en tarwemeel, dat tot schijven in de pan gesneden en gebakken stevige kost opleverde.
Na zo'n paar dagen van zenuwachtig werken en "redderen" was het hele voorhuis doordrenkt van een vetwalm; alles rook naar vet, smaakte naar vet en voelde vet aan en het duurde een week vooraleer je uit neus, verhemelte en keel de vetsmaak voorgoed kwijt was geraakt. Maar... het varken was "aan de kant" en het huishouden kon er weer voor een jaar tegen!
Labels:
boerderij,
informatief,
maanden en seizoenen,
platteland,
varken,
vlees
Vroeger werd er op het platteland nog geslacht door de boeren. Tegenwoordig gebeurt dat veel minder, en ook niet meer zo seizoensgebonden als vroeger. Toen moest men een wintervoorraad hebben. Nu het weer slachtmaand is, daarom een verhaal over het slachten, dan doe ik dit alleen om het verschil van betekenis te doen uitkomen tussen het slachten van nu en dat van een 70 jaar geleden. Er wordt tegenwoordig niet meer aan huis geslacht zoals vroeger en de huisslachting staat niet meer in aanzien en geniet niet meer die waardering zoals in de tijd toen boer en arbeider vrijwel alleen vlees alleen kenden van het eigen slachtvarken, en vet spek bij boterham en middageten nog een begeerde lekkernij was.
Het zal overigens niet veel moeite kosten om de lezer dat verschil duidelijk te maken; ik hoef hem maar te verwijzen naar de laatste oorlogsjaren, toen door mensen die vóór 1940 de neus optrokken voor vet spek, kapitaaltjes besteed werden om een paar pond varkensprodukt machtig te worden. Als de nood maar aan de man komt!!!
Vroeger slachtte men, al naar de grootte van het huisgezin, een of twee keer per seizoen en maakte de daarvoor bestemde varkens naar dezelfde maatstaf meer of minder zwaar. Waar het nodige voer en de geldmiddelen ontbraken, kon, al was het gezin talrijk, maar één keer geslacht worden; veelal in November om de wintervoorraad te spekken en aan te vullen. Natuurlijk was in die huishoudens de vreugde bij het slacht-"feest" het uitbundigst.
Maandenlang was aan het mesten van de krulstaart de nodige zorg besteed en was er reikhalzend uitgezien naar het ogenblik waarop hij zwaar genoeg werd bevonden om ‘gekeeld’ te worden. Met de slachter werd afgesproken, wanneer deze kon komen en tezelfder tijd werd er een fles jonge klare gehaald bij de kastelein, want zonder een pierenverschrikkertje kon geen enkel slachtfeest doorgaan. Als de slachter dan met zijn zware slachtbak en een koker vol moordtuig was gearriveerd, kreeg het slachtoffer een touw om een der achterpoten, de kooi ging dan vaak voor de eerste en enige keer van zijn leven voor hem open en hij werd het erf opgedreven.
Als het varken ‘gestoken’ en leeggebloed was werd er veelal even gepauseerd om binnen een neutje door het keelgat te wippen en om het water dat in een grote ketel klaar gestoomd was op hitte te keuren. Er is namelijk veel kokend water nodig om de boel steriel te houden bij zo’n huisslachting.
Dan kwam het uitwendig schoon maken van het varken Met emmers vol heet water werd het haar geweekt en daarna "geschrabd" (huid van haar en vuil ontdoen).
Was het varken geschrabd dan ging het op de leer (ladder) die dan tegen de buitenmuur werd gezet, waarna het opensnijden en uithalen kon beginnen.
Lever, longen en hart gingen in een emmer en werden direct aan de zorgen van de huisvrouw overgegeven. De ingewanden, werden opgevangen in de wan en als dan het overgeblevene door middel van stromen water van binnen en buiten schoon was, werd het door de slachter naar binnen gesleept, waar het in volle glorie tegen een der wanden van "de geut" hing te pronken, waar even later de buren en het personeel kwamen om het "vet te prijzen". Het varken werd aan alle kanten bewonderd, veel te hoog in gewicht geschat en uitbundig op blankheid en kwaliteit geprezen, want... na dat prijzen werd een paar keer ingeschonken.
Wanneer je zo'n jaap van een 400 pond schoon aan de haak op de leer had hangen, dan was voor heel het huishouden het ogenblik gekomen, dat tong, hart, lever en longen, na gewassen te zijn, in een ketel over het vuur om gekookt werden, terwijl het vrouwvolk intussen druk bezig was met het krans- en scheivet van de darmen te schrappen, waarna deze laatste in- en uitwendig zorgvuldig schoongemaakt en in een kom water weggezet werden.
En met dat al was de jaarlijkse slachtdrukte begonnen, die een paar dagen lang het hele huishouden in rep en roer zou zetten. Gewoonlijk werd een stuk van de lever of de langen teruggehouden, dat dan des avonds in de pan gebakken op tafel kwam en dat was het huishouden het jaarlijks summum van culinaire geneugten. Want nu kon er weer eens naar hartelust enkele keren geschranst worden.
Voor de schoolgaande jongens was zelfs de blaas een voorwerp van belang; deze werd door middel van een pijpesteel strak opgeblazen en daarna in de schouw gehangen en gedroogd om met Vastenavond dienst te kunnen doen op de rommelpotten, voor welk instrument zij een onmisbaar onderdeel vormde.
Daags daarna was op vastgesteld uur de slachter weer present om het varken af te snijden. De beide helften werden een voor een op de grote tafel gedeponeerd en daar volgens de regelen van de snijkunst en naar vaste normen in allerlei onderdelen verdeeld.
Hiervan waren de voornaamste en gewichtigste de twee hammen en de vier zijden spek, die na afloop van de operatie naar de kelder gingen om door de slachter in de reeds gereedstaande kuip te worden ingezouten. Dit inzouten moest met veel oplettendheid en secuur gebeuren, want fouten hierbij begaan wreekten zich allicht later, omdat een gedeelte van spek en hammen ooit tot tien maanden lang in de schouw moesten hangen, soms tot anderhalf jaar als de boer erg zuinig op zijn spek was uitgevallen.
De kop werd, wanneer de kinnebakken niet apart werden gehouden om gezouten en gerookt te worden, in de regel geheel in de zult gebruikt; de tong was natuurlijk voor moeder. Wat er dan van het varken overbleef, ressorteerde in zijn geheel tot wat de boer aanduidde onder de naam "het kort", dat weer in verschillende onderdelen werd gesneden. Dan kwam het worstvlees, dat apart ging om later op de dag tot worst verwerkt te worden. Verder de ribben en de rug, die in moten gesneden werden en, met uitzondering van wat voor gebruik gedurende de eerste dagen werd afgezonderd, met hielen, pootjes en de rest bij het spek de kuip ingingen om voor later gebruik te dienen.
Op sommige plaatsen werden de beide reuzels geheel of gedeeltelijk gezouten, opgerold en zo in de schouw gehangen om, gedroogd en gerookt, later voor allerlei doeleinden gebruikt te kunnen worden. Waar dit niet gebeurde, werden zij met het krans- en niervet in blokjes gesneden en boven het vuur gesmolten. Dat vet smelten was meestal reeds aan de gang, terwijl de slachter nog met afsnijden bezig was en van dat ogenblik af begon een geur van vet alle hoeken van het huis te vullen om daar minstens een dag of drie lang te blijven hangen.
Als het vet gesmolten en door de vergiet in keulse potten was opgevangen, bleven de kanen over, die bij de boterham erg gewaardeerd werden. Na het vet smelten kwam het zult maken aan de beurt; kop, oren en longen werden kort gehakt en boven het vuur gaar gekookt om later in allerlei kommen en schalen af te koelen.
Onder al die bedrijven waren een paar huisgenoten het worstvlees in mootjes aan het snijden om het daarna in het houten kapbord met het kapmes kort te hakken. Na vermengd te zijn met zout en peper werd het met de duim door de "worsthoorn" in de daaraan gestoken darmen gestuwd (worst "frutten"), terwijl een helpster er voor zorgde, dat de vulling gelijkmatig verdeeld was en de darmen met een stopnaald van gaatjes voorzien werden. Op het laatst kwam het maken van balkenbrij, op sommige plaatsen van beuling, aan de beurt; een stijf mengsel van zultnat en dobbelsteentjes vet spek met boekweit-, rogge- en tarwemeel, dat tot schijven in de pan gesneden en gebakken stevige kost opleverde.
Na zo'n paar dagen van zenuwachtig werken en "redderen" was het hele voorhuis doordrenkt van een vetwalm; alles rook naar vet, smaakte naar vet en voelde vet aan en het duurde een week vooraleer je uit neus, verhemelte en keel de vetsmaak voorgoed kwijt was geraakt. Maar... het varken was "aan de kant" en het huishouden kon er weer voor een jaar tegen!
Labels:
boerderij,
informatief,
maanden en seizoenen,
platteland,
varken,
vlees
Abonneren op:
Posts (Atom)
























